Advertenties



Uw advertentie hier?

Voeding bij reumatoïde artritis

Slechte voeding

De meeste mensen met artritis hebben een voorgeschiedenis van slechte voeding, welke de weg heeft vrijgemaakt voor de bovengenoemde risicofactoren. Teveel geraffineerde suikers, teveel stimulanten, teveel vet en proteïnen zijn allen sterk geassocieerd met artritis problemen. Een tekort aan een groot aantal vitale vitamines, mineralen en essentiële vetzuren kunnen op zichzelf al gewrichtproblemen veroorzaken.

Klik hier voor het nieuwe onderzoek van artrose-info.nl onder de betere merken die glucosamine combinatieproducten aanbieden.

Voeding bij reumatoïde artritis

Er bestaat niet een enkel dieet dat voor iedereen met reumatoïde artritis goed is. Een heilzame manier van eten moet afgestemd worden op iemands eigen genetisch bepaalde behoeften. Veel mensen met een ernstige aandoening kunnen weer gezond worden wanneer zij zich in hun behandeling alleen richten op het dieet dat op basis van het individuele metabolisme.

Weston Price deed na veel onderzoeken over de gehele wereld opmerkelijke ontdekkingen.

In ieder geval de volgende: 

  1. De eetgewoonten van de inheemse bevolkingsgroepen waren onderling totaal verschillend )afhankelijk van geografie, klimaat en natuurlijk aanwezige voedingsbronnen.
  2. Inheemse stammen die de eetgewoonten van hun voorouders volgden, waren uitzonderlijk gezond en sterk.

Dieet van onze verre voorouders

Wanneer wij praten over gezonde voeding zullen we terug moeten gaan naar onze verre voorouders. Volgens wetenschappers is ons DNA, de bouwstenen van ons lichaam, nauwelijks veranderd in 35.000 jaar. Onze genen en ons lichaam zien er nog steeds hetzelfde uit als de prehistorie. Onze voedingsbehoeften zijn identiek gebleken. Onze voorouders aten voornamelijk planten, groenten, fruit, noten, zaden en vlees van wilde dieren. Ons lichaam is nauwelijks veranderd in de afgelopen paar duizend jaar, maar ons voedingspatroon des te meer. De allergrootste veranderingen zijn die van de afgelopen decennia. In pakweg 40 jaar kan het menselijk lichaam zich nog niet aangepast hebben aan deze veranderingen. Geconserveerd en bewerkt voedsel is bepaald niet nuttig voor onze gezondheid. Er waren geen zuivelproducten, alcohol of suiker. Laat staan cola, tomatenketchup of chips. De kant en klaar maaltijd of de magnetron hadden ze ook nog niet uitgevonden. Vandaag leven wij vooral in steden of verstedelijkte gebieden. We hoeven niet meer te jagen of te verzamelen. Eten zoeken kost ons geen inspanning meer. We laden gewoon ons winkelkarretje vol. Bij de jager-verzamelaars stonden voornamelijk planten, bessen, zaden, bonen en noten op het menu. Het vlees dat zij aten was van wilde beesten, minder vet. Zee- en riviervis vormden een andere belangrijke voedselbron, rijk aan gezonde vetten (omega-3). Groenten en fruit maakten het grootste deel van de voeding uit. 

Pas zo'n 10.000 jaar geleden gaf  de mens zijn bestaan van jager-verzamelaar op, eerst in het Nabije Oosten en nadien in andere streken.  De mens begon tarwe te kweken en sommige dieren, zoals schapen, geiten en koeien, werden gedomesticeerd.  Dat leidde tot de grootste sociale revolutie ooit. Deze nieuwe manier van leven verspreidde zich over Europa en een groot deel van de rest van de wereld. 

De mensen werden geconfronteerd met de eerste landbouwgemeenschappen.  Al snel nam de lokale bevolking de nieuwe levenswijze over.  Maar de overgang naar de landbouw verliep overal moeilijk.  De voeding veranderde volledig in vergelijking met de prehistorie.  De beginperiode van de landbouw was een tijd van veel kommer en kwel.  Er heerste meer kindersterfte, ondervoeding en infecties door een gebrek aan hygiëne en de mensen stierven jonger. Het is interessant om te zien dat de Top tien van de meest voorkomende voedselallergieën veel "recent" geïntroduceerde producten bevat: granen, tarwe, maïs, rijst, mout, rogge en vooral ook zuivelproducten. Wilde dieren wachten niet tot ze zijn gemolken. Onze lichamen in de 21e eeuw zijn dus nog niet gewend aan deze "nieuwe"soorten. Voeding zoals chocolade, snoep, suiker en al het geconserveerde eten zijn pas van de laatste decennia. Het zal duidelijk zijn dat dit niet erg bevorderlijk is voor onze gezondheid en dus ook niet voor onze botten. Uiteraard leven wij nu in deze wereld en daarbij hoort de gezelligheid en de welvaart. We hoeven niet meer terug naar een hol met een knuppel. De navolgende voedingstips zijn dan ook richtlijnen waar u op langere duur naar toe zou kunnen werken. 

Eiwitten
Er zijn drie belangrijke bouwstoffen nodig die wij uit onze voeding moeten halen: eiwitten, vetten en koolhydraten. Ons lichaam heeft eiwitten nodig om weefselschade te herstellen. We hebben ook eiwitten nodig om de cellen die de wanden van het spijsverteringskanaal en de longen bedekken, te vervangen. Daarnaast heeft ons lichaam proteïne nodig om een aantal stoffen aan te maken, zoals: neurotransmitters (boodschappenjongens tussen zenuwcellen en hersenen); hormonen en enzymen. Als we onvoldoende eiwitten binnenkrijgen, kunnen de neurotransmitters, hormonen en enzymen niet goed functioneren. Als we er meer van eten dan we nodig hebben, kan dit leiden tot een hoger verlies van calcium (uit de botten) via de urine. Bij mensen die te veel dierlijke eiwitten eten, ontstaan schadelijke zwavel-, fosfor- en stikstofverbindingen op celniveau. Dit moet worden verdund, geneutraliseerd en verwijderd. Dit proces belast het lichaam en wordt bemoeilijkt doordat de meeste mensen te weinig water drinken om de afvoer uit het lichaam goed te laten verlopen, waardoor het vocht zich ophoopt. Bovendien eten ze meestal te weinig basenvormende (alkaliserende) voeding om de gevormde zuren te kunnen neutraliseren. Het lichaam spreekt daarom de calcium voorraden aan, waardoor calcium uit het lichaam verdwijnt, wat leidt tot osteoporose. Zij hebben een verhoogd risico op botbreuken vooral heupbreuken. De opvattingen over hoeveel eiwitten we nodig hebben lopen uiteen. Vijftig jaar geleden gold als norm 2 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag, twintig jaar geleden was dat nog 1 gram, en nu zijn er deskundigen die menen dat 0,7 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag wel voldoende is. Dat zou betekenen dat de gemiddelde mens dagelijks ongeveer 50 tot 60 gram eiwitten nodig heeft, omdat het lichaam geen eiwitvoorraad aanhoudt en eiwitten ook niet uitwisselbaar zijn met koolhydraten of vetten. De ervaring leert echter dat het lichaam een langdurig eiwitarm dieet goed kan doorstaan (weken tot zelfs maanden). Vermoedelijk beschikken we over nog onbekende vermogens om zeer spaarzaam met eiwitten om te gaan en/of ze meermalen te (her)gebruiken. Daarom is het belangrijk vast te stellen hoeveel eiwitten we ongeveer dagelijks nodig hebben en hoe wij deze benodigde dagelijkse dosis via de voeding binnen kunnen krijgen. Ons lichaam heeft feitelijk aminozuren nodig, geen eiwitten. Aminozuren zijn de bouwstenen van de eiwitten en ze komen vrij als eiwitten in de spijsvertering worden afgebroken. Er zijn vele verschillende soorten aminozuren, waarvan er acht met het voedsel ingenomen moeten worden. Dit zijn de zogenaamde essentiële aminozuren. Al de andere aminozuren kunnen in het lichaam worden gemaakt uit deze acht.


Voor een goede benutting moeten wel alle essentiële aminozuren aanwezig zijn. Zijn bijvoorbeeld van zeven essentiële aminozuren elk 10 g aanwezig en van één maar 5 g, dan wordt van allen slechts 5 g benut. Voor de hoeveelheid die wij nodig hebben kunt u als leidraad aanhouden dat voor elk kilo lichaamsgewicht 0,8 gram eiwit moet nemen.

Een man van 79 kg heeft 63 gram nodig en een vrouw van 60 kg heeft 48 gram nodig.

Het onderstaande tabel laat zien hoeveel van welk voedingsproduct u nodig heeft om aan de juiste hoeveelheid proteïne te komen:

 

Soort voeding

Per 100 gram

Gemiddeld eiwit gehalte per 100 gram van de voedingssoort

Meeste vleessoorten

12 gram

Eieren

3,2 gram

Harde kaas

14 gram

Noten en zaden

11 gram

Gedroogde bonen

12 gram

Granen

2,5 gram

Vis

12 gram

Tahoe

11 gram

Melk (1 beker)

8 gram

Vegetariërs
Botontkalking kan zowel door een te grote als door een te kleine hoeveelheid proteïnen worden veroorzaakt. Vegetariërs beschikken aantoonbaar over een grotere botdichtheid dan omnivoren, oftewel mensen die alles eten. Uit onderzoek (ref. 1) is gebleken, dat de gemiddelde botdichtheid van vegetariërs in de leeftijd van 70 tot 79 jaar groter is dan die van een jongere generatie omnivoren (zowel vlees als plantaardig etende mensen) in de leeftijd van 50 tot 59 jaar. De conclusie van het onderzoeksrapport luidt, dat vegetariërs minder kans op osteoporose hebben. Het kan ook zo zijn dat omnivoren te veel zoetigheid en onvoldoende groenten en andere plantaardig voedsel eten.
Uit een onderzoek dat in samenwerking is gedaan met het Instituut voor voeding van de Chinese academie voor preventieve geneeskunde in Beijing is duidelijk gebleken, dat de samenstelling van urine bij vrouwen van middelbare of van hoge leeftijd in grote mate wordt beïnvloed door hun voedingspatroon. De consumptie van dierlijke proteïnen bevordert, o.a. door zuurvorming, de uitscheiding van calcium via de urine. Dit zou een van de redenen kunnen zijn waarom vegetariërs minder met osteoporose te maken hebben dan vleeseters. Zuurvormend voedsel zoals vlees is echter niet de belangrijkste oorzaak van metabolische acidose (zuurvorming). Bloem en suiker zijn een grotere boosdoener op dit gebied, waardoor het skelet calcium moet afstaan om de zuurvorming tegen te gaan.

Koolhydraten
Welke rol spelen koolhydraten bij osteoporose? Koolhydraten bevinden zich voornamelijk in graansoorten en suiker. Maar ook in bonen, linzen, vruchten en groenten. Een goede zuur/base balans in het lichaam is belangrijk voor het behoud van onze botten (hierover later meer).
Graansoorten en suiker zijn over het algemeen zuurvormend en moeten met mate worden geconsumeerd. Een hoge inname van koolhydraten in de vorm van geraffineerde koolhydraten via graansoorten zoals bloem, witte rijst en suikers leidt tot een verhoogd calciumverlies via de urine. Koolzuur is een bijproduct van de stofwisseling van voedsel dat met name geraffineerde koolhydraten bevat. Dit voedsel is in hoge mate zuurvormend en zal derhalve in grote mate tot verzwakking van botten bijdragen. Misschien is dit de verklaring voor het feit, dat osteoporose zoveel voorkomt in westerse landen, waar mensen behalve zuivelproducten en vlees ook grote hoeveelheden wit brood, zoete snacks en gebak verorberen.

Toch hebben graansoorten zoals gerst, tarwe, rogge en rijst hun waarde in onze dagelijkse voeding, ondanks dat wij deze producten later zijn gaan eten. Granen bevatten voor ons lichaam de noodzakelijke vitaminen en mineralen. Maar ze bevatten ook veel vezels, die de spijsvertering bevorderen. Koolhydraten uit groenten en fruit zijn nog beter voor de spijsvertering en gaan de verzuring tegen.

Suiker
Suiker is een van de schadelijkste producten voor ons lichaam. Het kent geen enkel gezond effect. Behalve dan dat wij het lekker vinden. Het bevat geen vitaminen of mineralen, geen lichaamsopbouwende eiwitten of essentiële vetzuren. We weten dat suiker in taart, koekjes, toetjes, ijs en frisdrank zit. Waar we ons minder van bewust zijn is dat suiker in de meeste voorverpakte en geconserveerde voedsel verwerkt wordt zoals bijvoorbeeld in groenteconserven en sauzen. Hoe meer suiker we eten, hoe meer we problemen creëren met betrekking tot onze gezondheid ook in onze botten. Geraffineerde witte suiker bemoeilijkt ook de absorptie van calcium en magnesium en draagt hierdoor nog meer bij tot het ontstaan van osteoporose. Suiker kan bovendien leiden tot hypoglykemie, diabetes, hartklachten en veel andere welvaartsziekten. Suiker bevordert calciumverlies via de urine, wat kan leiden tot versnelde botontkalking.

Vetten
Vaak wordt ons voorgehouden dat wij de hoeveelheid vet in ons eten moeten beperken. Het leidt tot hartkwalen, kanker of beroertes. Een mager voedingspatroon leidt tot een betere gezondheid. Maar dit klopt niet helemaal. Geraffineerde koolhydraten, zoals producten van witte bloem en veel suiker leidt tot veel meer degeneratieve ziekten, zoals ook obesitas. Alle vet is nodig bij de verbranding van voedsel. Vet zorgt voor een verbeterde opname van vitamine A, D, E en K. Deze hebben namelijk vet nodig om op te lossen. Een bepaalde soort vet is noodzakelijk bij de instandhouding van het immuunsysteem. Vet helpt bij het voorkomen van hart en vaatziektes, en vet stimuleert het krijgen van hart en vaatziekten. Of vet wel of niet gezond is, hangt grotendeels af van het vet dat we eten, nl. verzadigd of onverzadigd vet. Vetten zijn samengesteld uit glycerol en vetzuren. Vetzuren zijn een aaneenschakeling van koolstofatomen met aan de ene zijde van de koolstofketen een methylgroep (CH3) en aan de andere zijde een zuurgroep (COOH). Indien het vetzuur een maximaal aantal waterstofatomen (H) bevat dan spreekt men van een verzadigd vet. Indien echter sommige van de waterstofatomen ontbreken en vervangen zijn door een dubbele binding dan spreekt men van een onverzadigd vetzuur. Meervoudige onverzadigde vetzuren bevatten meerdere dubbele bindingen.
Als ruwe richtlijn kan men stellen dat verzadigde vetten bij kamertemperatuur gestold (vast) zijn en hoofdzakelijk van dierlijke oorsprong zijn. Plantaardige vetten zijn meestal onverzadigd en zijn vloeibaar bij kamertemperatuur. Met grote uitzonderingen, de palmolie en de kokosolie die een hoog percentage verzadigde vetzuren bevatten.

Onverzadigde vetten zijn beter dan verzadigde vetten, maar echt slecht zijn de transvetzuren. Aanvankelijk gezonde onverzadigde vetzuren in margarine zijn bij de bereiding omgezet in ongezonde transvetzuren, die het cholesterolgehalte kunnen verhogen en zo een bijdrage kan leveren in het krijgen van hart- en vaatziekten. Hoe hoger de temperatuur waarin het vet is verhit, hoe groter de kans op het ontstaan van kankerverwekkende stoffen. Vermijd daarom ook de consumptie van chips, geroosterde noten of ander gefrituurd eten.

Essentiële vetzuren
Essentiële vetzuren zijn vetzuren die niet (voldoende) door het lichaam kunnen worden aangemaakt en die via de voeding dienen te worden opgenomen. Omega 3-vertzuren (o.a. a-linoleenzuur, eicosapenteen (EPA) zuur en docosahexaeen zuur (DHA) en omega-6-vetzuren (linolzuur en arachidonzuur) zijn essentiële vetzuren. De omega 6 en 9 vetzuren krijgen wij voldoende of soms te veel vanuit onze dagelijkse voeding binnen. Bij de omega 3 vetzuren ligt dit vaak anders. Vooral EPA en DHA hebben een belangrijk effect op de menselijke gezondheid (bloeddruk, cholesterolgehalte en ontstekingsziektes zoals artritis). Deze stoffen helpen de bloeddruk te verlagen, beperken het risico van hartziekten, verbeteren het cholesterol, verzachten de huid, versterken de immuunfunctie, verhogen de stofwisselingssnelheid, verbeteren het geheugen en verlichten eczeem. Onderzoeken hebben aangetoond dat meervoudige onverzadigde visoliën de ontstekingen bij reumatoïde artritis remmen en daarmee de pijn verlichten.


Wanneer men besluit om omega 3 vetzuren te slikken kan men het beste kiezen voor een zuivere visolieconcentraat van 1000 mg waarvan zowel de EPA en DHA gehalte hoog zijn. Een capsule moet minimaal 350 mg EPA en 250 mg DHA bevatten. Lagere concentraties zijn vaak vervuild met pcb's en dragen niet bij aan uw gezondheid.

Melk moet of melk mag?
Zuivelproducten zijn voortdurend onderwerp van, vaak tegenstrijdige, voedingsadviezen.
Ter voorkoming van botontkalking krijgt men vaak het advies om extra melk te drinken. Het advies om melk te drinken tegen botontkalking wordt tegenwoordig steeds vaker in twijfel getrokken. Zuivelproducten bevatten behalve calcium ook veel verzadigde vetzuren en dierlijke eiwitten. Dit kan weer meer calcium uitscheiden. Bij vetarme zuivelproducten is het eiwitgehalte hoger omdat een deel van het vet is verwijderd. Maar hoe hoger het eiwitgehalte, hoe meer calcium verloren gaat en hoe groter het risico voor uw botten is. Vetarme producten mogen dus goed zijn voor uw hart, ze zijn zeker niet beter voor uw botten.

Zuivelproducten als kaas, melk, room bevatten het eiwit caseïne. Het gehalte caseïne in koemelk is driehonderd keer hoger dan in moedermelk. Onze spijsvertering is niet berekend op deze koemelk. Een bijkomend probleem is dat koeien antibiotica en hormonen krijgen om hun groei te versnellen en de melkproductie te verhogen. Een generatie geleden gaf de gemiddelde koe 9 liter melk per dag; nu is dat 56 liter.


Het is opvallend dat botontkalking het meest voorkomt in landen waar consumptie van zuivel juist hoog is. Een onderzoek van de Harvast Medical School, gepubliceerd in American Journal of Public Health, waarbij 120.000 vrouwen gedurende 12 jaren werden gevolgd, toonde aan dat bij vrouwen die minimaal twee glazen melk per dag dronken, 45% meer heupfracturen voorkwamen vergeleken met de andere deelnemers. Mogelijke verklaringen voor de negatieve effecten van melk zijn de verkeerde verhouding tussen calcium, magnesium en fosfor, de verzadigde vetten, de bijdrage aan een overschot van dierlijk eiwit, het binden van maagzuur door melk en het feit dat een groot gedeelte van het calcium in melk gebonden is als het anorganische calciumcarbonaat. Ons advies: melk mag wel met mate maar hoeft beslist niet. De zure zuivelproducten zoals kwark en yoghurt zijn beter.

Zuur/basen balans
Onze voeding bevat zuurvormende en alkalische stoffen (basen) Ze horen bij elkaar en voor een goede gezondheid is een juiste balans tussen zuren en basen vereist. In het algemeen heeft een molecuul een zuurhoudend en een alkalisch deel. Soms overheerst het een, soms het andere. Wanneer het voedsel dat wij eten afgebroken wordt produceert het overwegend alkalische of zuurhoudende stoffen. Dus of een bepaald voedingsproduct zuur vormend of alkalisch vormend is, heeft niets te maken hoe zoet of zuur ze smaken. Over het algemeen bevat voedsel dat alkalische resten achterlaat veel mineralen: fruit en groenten.Vleesproducten, vetten, granen en suikers zijn zuurvormend. (zie schema)

Ons moderne eten bevat veel meer zuurhoudende voeding dan het dieet van onze voorouders. Bij veel mensen is de zuur/basen balans chronisch verstoord omdat onze voeding uit te veel vlees, vetten en suiker en te weinig verse groenten en fruit bestaat. Wanneer wij onvoldoende mineralen binnen krijgen moet de mineralenvoorraad in de botten, huid en inwendige organen worden aangesproken. De tekorten die hierdoor ontstaan is de reden dat wij niet meer in staat zijn de balans te corrigeren. De laatste honderd jaar is het probleem van verzuring explosief gegroeid. Milieuvervuiling, eenzijdige toepassing van kunstmest en het gebruik van giftige stoffen hebben ertoe geleid dat onze voedselketen steeds meer verzuurt is geraakt. Verzuring is een sluipend proces. Zuurhoudend voedsel "verzuurt" ook het bloed en onttrekt, om dat te compenseren, calcium en andere mineralen aan de botten. Verdere botontkalking is dan het gevolg.

Voedingsstoffen met een zuuroverschot zijn niet per definitie ongezond. Oliën, noten en vis zijn onontbeerlijk voor een gebalanceerde voeding. Het is de bedoeling dat men de zuur-/basenbalans in evenwicht houdt door van beide groepen de gezonde producten te kiezen.

 

Alkaliserende, basenvormende voeding

Verzurende voeding

Groenten: aubergine, broccoli, champignons, witlof, kool wortel, bloemkool, selderie, komkommer, sla, andijvie, alfalfa, spirulina, koolrabi Vetten en oliën: avocado-olie, maïsolie, olijfolie, lijnzaadolie, sesamolie, zonnebloemolie.

Zuivel: melk, kaas, boter

Fruit: aardbeien, appels, abrikozen, bananen, zwarte bessen, kersen, rode bessen, dadels, druiven, grapefruits, meloenen, nectarines, sinaasappels, citroenen, perziken, peren, ananas, frambozen, tomaten.

Fruit:  veenbessen (cranberries)

Eiwitten: scharreleieren, vetvrije cottage cheese, kipfilet, biogarde yoghurt, amandelen, tofu, zonnebloempitten

Bonen: doperwten, spliterwten, witte en bruine bonen, sojabonen en sojamelk.

Dierlijke eiwitten: rundvlees, schelp- en schaaldieren, zalm, tonijn, eend, vis, lamsvlees, varkensvlees, konijn, kalkoen, wild, kaas.

Kruiden: kaneel, kerrie, gember, mosterd, chilipeper, zeezout, miso, alle groene kruiden

Suikerwaren: snoep, honing, stroop, zoetstof, limonades, suiker.

Pasta: spaghetti, macaroni, lasagna etc.

Granen : rijst- of volkorenwafels, maïs, rijst, rogge, tarwe.

Dranken: mineraalwater (niet koolzuurhoudend), versgeperst vruchtensap, verse groentesappen, thee.

Alle alcoholische dranken, koolzuurhoudende dranken, frisdranken. Met name cola.

 

Geneesmiddelen, chemicaliën en pesticiden

Samenvatting voedingsfouten
Een aantal voedingsfouten zorgt voor een te grote uitscheiding van calcium via de urine. Wij zetten ze voor u nogmaals op een rijtje:

  • Teveel eiwit in de dagelijkse voeding.
  • Zoutrijke voeding: Natrium verhoogt de Calcium uitscheiding via de urine.
  • Koffie; 1 kopje koffie scheidt zo'n 8 à 10 mg Calcium uit via de urine.
    Alcohol verhoogt de calciumuitscheiding via de urine, door verlaging van de reabsorptie door de nieren; alcohol stimuleert de bijnier en verhoogt de productie van cortisol. Corticosteroïden verlagen de calciumabsorptie.
  • Oxaalzuur (in rabarber, zuring, raap, spinazie, postelein, rode biet, cacao) bindt calcium aan zich, waardoor er onoplosbare calciumoxalaten worden gevormd die met de stoelgang uitgescheiden worden, of waarvan de kristallen zich in de nieren ophopen en nierstenen kunnen veroorzaken.
  • Fytinezuur (in brood, volle granen) bindt calcium aan zich zodat er onoplosbare fytaten worden gevormd, zodat het calcium niet kan worden opgenomen. Fytinezuur belemmert eveneens de opname van magnesium, ijzer en zink.
  • Magere zuivelproducten: het eiwit wordt slechter verteerd dan bij volle zuivelproducten en daardoor wordt het calcium moeilijker geabsorbeerd. Er is een duidelijke relatie tussen eiwitabsorptie en calciumabsorptie.
  • Suiker in snoep, gebak, confituur, choco, enz. is een echte vitaminen- en mineralenrover, o.a. van Calcium.

Schematische voedingsadviezen

Bevolkingen die geleidelijk of om bepaalde redenen anders gingen eten dan hun voor, voor/ ouders, ontwikkelden degeneratieve aandoeningen. De meest populaire alternatieve benadering is het aanpassen van het voedingspatroon. Zo kunnen bepaalde vetzuren invloed hebben op de ontstekingsreactie, ten goede of ten kwade. Een ondersteunende behandeling van een reumatoïde artritis met visoliën vindt haar oorsprong in de vaststelling dat Eskimo's, die veel (vis)vetten consumeren, minder last hebben van hart- en vaatziekten en gewrichtsontstekingsziekten. Uit verder onderzoek bleek dat visvetten en in het bijzonder de Omega-3 vetzuren (vooral EPA of eicosapentaeenzuur) de aanmaak van ontstekingsstoffen zoals prostaglandine E2 remmen en zo ook de ontstekingspijnen enigszins kunnen verminderen. Het effect van visvetten op het reumaproces werd verder bestudeerd in verschillende gecontroleerde studies. De meeste tonen aan dat er een mild gunstig effect is op de activiteit van de artritis (Fortin 1995). Dit veronderstelt echter wel een voldoende hoge inname van visolie of voornamelijk vette vis, namelijk 3 tot 6 gram visolie per dag of ongeveer 3 tot 6 keer (vette) vis eten per week.

De ontstekingsstoffen en in het bijzonder de prostaglandines E2 worden aangemaakt op basis van arachidonzuur dat slechts wordt gevonden in dierlijke producten zoals vlees en vleeswaren. Ook daarom wordt reumapatiënten aangeraden meer vis en minder vlees te nemen. Antioxidanten in de voeding kunnen ook een gunstige bijdrage leveren omdat zij het vrijgeven van arachidonzuur bemoeilijken en zo ook de aanmaak van prostaglandines E2. Een voeding rijk aan groenten en fruit is dus ook voor reumapatiënten belangrijk. Arachidonzuur (een vetzuur afkomstig uit vlees en melk) verergert de ontsteking. Een Noorse studie toonde aan dat de overgang naar een vegetarisch dieet de verkeerde vetzuren in de voeding tot een normaal niveau terugbrengt en daarmee de ontsteking bij reumatoïde artritis kan terugdringen. Voedingsstoffen die artrose kunnen verergeren zijn onder andere rood vlees maar ook suiker, vetten, zout, cafeïne en soms nachtschadegroenten, zoals: tomaten, aardappelen, paprika's en aubergines. De nachtschadefamilies bevatten solanine, een gluco-alkaoïd met een negatieve activitieit voor de gewrichten. Het heeft daarnaast ook nog andere farmacologische effecten. Het nachtschadefamilie vrije dieet geeft soms succes in behandeling van reumatoïde artritis patiënten. Vier onderzoeken hebben de effecten van een korte vastenperiode onderzocht, die werd opgevolgd door een vegetarisch dieet gedurende tenminste drie maanden. Dit bleek een gunstig lange termijn effect te hebben. Alle groenten geven een basische reactie evenals vruchten. Zij zijn belangrijk bij het neutraliseren van urinezuur. Gebruik daarom dagelijks veel verse groenten waarvan een groot deel rauw. Groentes moet men nooit doodkoken. Ze kunnen ook gesmoord worden in de koekepan met een klein beetje olie. Vermijd geraffineerde voedingsmiddelen, witmeelproducten, jams, blikproducten, sausen, ketchup, sterke kruiden, banketbakkersproducten, suiker, vla, gebrande noten en genotsmiddelen zoals koffie, chocolade en alcohol. Een goed alternatief is kruidenthee, zoals brandnetelthee, guldenroedethee,lindbloesemthee of rooibosthee. Ze kunnen afwisselend gedronken worden met groentesappen. Kruiden als guldenroede, kattedoorn, brandnetel en berkenblad zijn goed bij gewrichtsontsteking. Een mengsel van rozemarijn, gekneusde jeneverbessen en zoethout is eveneens bij reuma goed te gebruiken. Brandnetel en zoethout zijn gunstig bij spierreuma.

Navigatie

Voeding bij reumatoïde artritis
Reguliere geneeskunde
Chinese geneeskunde
Orthomoleculaire geneeskunde