Advertenties



Uw advertentie hier?

Voeding

Melk
Zuivelproducten zijn voortdurend onderwerp van, vaak tegenstrijdige, voedingsadviezen.
Het advies om melk te drinken tegen osteoporose wordt tegenwoordig steeds vaker in twijfel getrokken. Zuivelproducten bevatten behalve calcium ook veel verzadigde vetzuren en dierlijke eiwitten. Dit kan weer meer calcium uitscheiden. Bij vetarme zuivelproducten is het eiwitgehalte hoger omdat een deel van het vet is verwijderd. Maar hoe hoger het eiwitgehalte, hoe meer calcium verloren gaat en hoe groter het risico voor uw botten is. Vetarme producten mogen dus goed zijn voor uw hart, ze zijn zeker niet beter voor uw botten. Zuivelproducten als kaas, melk, room bevatten het eiwit caseïne. Het gehalte caseïne in koemelk is driehonderd keer hoger dan in moedermelk. Onze spijsvertering is niet berekend op deze koemelk. Een bijkomend probleem is dat koeien antibiotica en hormonen krijgen om hun groei te versnellen en de melkproductie te verhogen. Een generatie geleden gaf de gemiddelde koe 9 liter melk per dag; nu is dat 56 liter.

Het is opvallend dat botontkalking het meest voorkomt in landen waar consumptie van zuivel juist hoog is. Een onderzoek van de Harvast Medical School, gepubliceerd in American Journal of Public Health, waarbij 120.000 vrouwen gedurende 12 jaren werden gevolgd, toonde aan dat bij vrouwen die minimaal twee glazen melk per dag dronken, 45% meer heupfracturen voorkwamen vergeleken met de andere deelnemers. Mogelijke verklaringen voor de negatieve effecten van melk zijn de verkeerde verhouding tussen calcium, magnesium en fosfor, de verzadigde vetten, de bijdrage aan een overschot van dierlijk eiwit, het binden van maagzuur door melk en het feit dat een groot gedeelte van het calcium in melk gebonden is als het anorganische calciumcarbonaat. De zure zuivelproducten zoals biogarde kwark en yoghurt zijn een stuk beter.

Cola
Cola is de meest populaire frisdrank in de wereld en tevens de meest ongezonde. Cola heeft een extreem lage pH-waarde (zuurgraad) en is een verzurende drank. Frisdrank, in het algemeen, wordt gemaakt van veel suiker, water, smaak- en kleurstoffen. Ze bevatten bovendien meestal ook chemicaliën, die kooldioxide produceren. De vieze smaak die hierdoor zou ontstaan wordt weer gecompenseerd door de toevoeging van fosfaatverbindingen, zodat de drank weer lekker wordt. Coladranken zijn voor alle kinderen "vergif", aangezien de fosforzuren en de cafeïne die erin zitten de botten ontkalken en dat kan zelfs leiden tot osteoporose bij elfjarige kinderen. In Amerika, waar er grote hoeveelheden cola door kinderen gedronken worden, groeit het aantal kinderen met osteoporose. Iedere kamerplant die met cola begoten is, sterft binnen 48 uur de zuurdood.

Suiker
Suiker is een van de schadelijkste producten voor ons lichaam. Het kent geen enkel gezond effect. Behalve dan dat wij het lekker vinden. Het bevat geen vitaminen of mineralen, geen lichaamsopbouwende eiwitten of essentiële vetzuren. Wij weten dat suiker in taart, koekjes, toetjes, ijs en frisdrank zit. Waar we ons minder van bewust zijn is dat suiker in de meeste voorverpakte en geconserveerde voedsel verwerkt wordt zoals bijvoorbeeld in groenteconserven en sauzen. Hoe meer suiker we eten, hoe meer we problemen creëren met betrekking tot onze gezondheid, ook in onze botten. Geraffineerde witte suiker bemoeilijkt ook de absorptie van calcium en magnesium en draagt hierdoor nog meer bij tot het ontstaan van osteoporose.

Gezonde voeding
Een goed voedingsadvies is een van de belangrijkste speerpunten in de preventie van osteoporose. Voeding is van essentieel belang om osteoporose helpen te voorkomen en verdere botafbraak tegen te houden.

Dieet van onze verre voorouders
Wanneer wij praten over gezonde voeding zullen we terug moeten gaan naar onze verre voorouders. Volgens wetenschappers is ons DNA, de bouwstenen van ons lichaam, nauwelijks veranderd in 35.000 jaar. Onze genen en ons lichaam zien er nog steeds hetzelfde uit als de prehistorie. Onze voedingsbehoeften zijn identiek gebleken. Onze voorouders aten voornamelijk planten, groenten, fruit, noten, zaden en vlees van wilde dieren. Ons lichaam is nauwelijks veranderd in de afgelopen paar duizend jaar, maar ons voedingspatroon des te meer. De allergrootste veranderingen zijn die van de afgelopen decennia. Bij de jager-verzamelaars stonden voornamelijk planten, bessen, zaden, bonen en noten op het menu. Het vlees dat zij aten was van wilde beesten, minder vet. Zee- en riviervis vormden een andere belangrijke voedselbron, rijk aan gezonde vetten (omega-3). Groenten en fruit maakten het grootste deel van de voeding uit. Een aantal levensmiddelen uit die tijd van onze voorouders zijn volledig verdwenen uit ons huidige dieet, met name ingewanden, merg, huid, pezen, kraakbeen, beenvissen en vezelige planten. Vergeleken met onze hedendaagse voeding waren deze voedingsmiddelen rijk aan silicium. Het element silicium is een essentieel voedingselement voor de aanmaak en het behoud van sterke botten. Pas zo'n 10.000 jaar geleden gaf  de mens zijn bestaan van jager-verzamelaar op, eerst in het Nabije Oosten en nadien in andere streken.  De mens begon tarwe te kweken en sommige dieren, zoals schapen, geiten en koeien, werden gedomesticeerd.  Dat leidde tot de grootste sociale revolutie ooit. Deze nieuwe manier van leven verspreidde zich over Europa en een groot deel van de rest van de wereld. De mensen werden geconfronteerd met de eerste landbouwgemeenschappen. Maar de overgang naar de landbouw verliep overal moeilijk.  De voeding veranderde volledig in vergelijking met de prehistorie. Er heerste meer kindersterfte, ondervoeding en infecties door een gebrek aan hygiëne en de mensen stierven jonger.

Allergeen voedsel
Het is interessant om te zien dat de Top tien van de meest voorkomende voedselallergieën veel "recent" geïntroduceerde producten bevat: granen, tarwe, maïs, rijst, mout, rogge en vooral ook zuivelproducten. Wilde dieren wachten niet tot ze zijn gemolken. Onze lichamen in de 21e eeuw zijn dus nog niet gewend aan deze "nieuwe"soorten. Voeding zoals chocolade, snoep, suiker en al het geconserveerde eten zijn pas van de laatste decennia. Het zal duidelijk zijn dat dit niet erg bevorderlijk is voor onze gezondheid en dus ook niet voor onze botten.

Uiteraard leven wij nu in deze wereld en daarbij hoort de gezelligheid en de welvaart. We hoeven niet meer terug naar een hol en een knuppel. De navolgende voedingstips zijn dan ook richtlijnen waar u op langere duur naartoe zou kunnen werken.

Er zijn drie belangrijke bouwstoffen nodig die wij uit onze voeding moeten halen:
eiwitten, vetten en koolhydraten.

Eiwitten
Ons lichaam heeft eiwitten nodig om weefselschade te herstellen. Als we onvoldoende proteïnen binnenkrijgen, kunnen de neurotransmitters, hormonen en enzymen niet goed functioneren. Als we er meer van eten dan we nodig hebben, kan dit leiden tot een hoger verlies van calcium (uit de botten) via de urine. Mensen die te veel eiwitten eten hebben een verhoogd risico op osteoporose en botbreuken, met name op heupbreuken.Vlees, eieren, kaas, noten, zaden en bonen zijn de voornaamste eiwitbronnen.

Koolhydraten
Welke rol spelen koolhydraten bij osteoporose? Koolhydraten bevinden zich voornamelijk in graansoorten en suiker. Maar ook in bonen, linzen, vruchten en groenten. Een goede zuur/base balans in het lichaam is belangrijk voor het behoud van onze botten. Graansoorten en suiker zijn over het algemeen zuurvormend en moeten met mate worden geconsumeerd. Een hoge inname van koolhydraten in de vorm van geraffineerde koolhydraten via graansoorten zoals bloem, witte rijst en suikers leidt tot een verhoogd calciumverlies via de urine. Koolzuur is een bijproduct van de stofwisseling van voedsel dat met name geraffineerde koolhydraten bevat. Dit voedsel is in hoge mate zuurvormend en zal derhalve in grote mate tot verzwakking van botten bijdragen. Misschien is dit de verklaring voor het feit dat osteoporose zoveel voorkomt in westerse landen, waar mensen behalve zuivelproducten en vlees ook grote hoeveelheden wit brood, zoete snacks en gebak verorberen. Toch hebben graansoorten zoals gerst, tarwe, rogge en rijst hun waarde in onze dagelijkse voeding, ondanks dat wij deze producten later zijn gaan eten. Granen bevatten voor ons lichaam de noodzakelijke vitaminen en mineralen. Maar ze bevatten ook veel vezels die de spijsvertering bevorderen. Koolhydraten uit groenten en fruit zijn nog beter voor de spijsvertering en gaan de verzuring tegen.

Vetten
Vaak wordt ons voorgehouden dat wij de hoeveelheid vet in ons eten moeten beperken. Het leidt tot hartkwalen, kanker of beroertes. Een mager voedingspatroon leidt tot een betere gezondheid. Maar dit klopt niet helemaal. Geraffineerde koolhydraten, zoals producten van witte bloem en veel suiker leiden tot veel meer degeneratieve ziekten, zoals obesitas. Alle vet is nodig bij de verbranding van voedsel. Vet zorgt voor een verbeterde opname van vitamine A, D, E en K. Deze hebben namelijk vet nodig om op te lossen. Een bepaalde soort vet is noodzakelijk bij de instandhouding van het immuunsysteem. Of vet wel of niet gezond is, hangt grotendeels af van het vet dat we eten, nl. verzadigd of onverzadigd vet. Verzadigde vetten zorgen er in ons lichaam voor dat het cholesterolgehalte in het bloed stijgt. Een hoog cholesterolgehalte kan als gevolg hebben dat er vet op de wanden van de bloedvaten wordt afgezet en dat zo de bloedvaten dicht kunnen slibben. Door het dichtslibben van de bloedvaten, heb je een hogere kans op hart- en vaatziekten. Onverzadigde vetten daarentegen kunnen er juist voor zorgen dat het cholesterolgehalte in het bloed daalt, waardoor de kans op hart- en vaatziekten verkleind wordt. Als ruwe richtlijn kan men stellen dat verzadigde vetten bij kamertemperatuur gestold (vast) zijn en hoofdzakelijk van dierlijke oorsprong zijn. Plantaardige vetten zijn meestal onverzadigd en zijn vloeibaar bij kamertemperatuur.

Essentiële vetzuren
Essentiële vetzuren zijn vetzuren die niet (voldoende) door het lichaam kunnen worden aangemaakt en die via de voeding dienen te worden opgenomen. Omega 3-vetzuren (o.a.a-linoleenzuur, eicosapenteen (EPA) zuur en docosahexaeen zuur (DHA) en omega 6-vetzuren (linolzuur en arachidonzuur) zijn essentiële vetzuren. De omega 6-vetzuren krijgen wij voldoende of soms te veel vanuit onze dagelijkse voeding binnen. Bij de omega 3-vetzuren ligt dit vaak anders. Vooral EPA en DHA hebben een belangrijk effect op de menselijke gezondheid (bloeddruk, cholesterolgehalte en ontstekingsziektes zoals artritis).Deze stoffen helpen de bloeddruk te verlagen, beperken het risico van hartziekten, verbeteren het cholesterol, verzachten de huid, versterken de immuunfunctie, verhogen de stofwisselingssnelheid, verbeteren het geheugen en verlichten eczeem. Onderzoeken hebben aangetoond dat meervoudig onverzadigde visoliën de ontstekingen bij reumatoïde artritis remmen en daarmee de pijn verlichten. Wanneer men besluit om omega 3-vetzuren te slikken kan men het beste kiezen voor een zuivere visolieconcentraat van 1000 mg waarvan de EPA- en DHA-gehaltes hoog zijn. Een capsule moet minimaal 350 mg EPA en 250 mg DHA bevatten. Lagere concentraties zijn vaak vervuild met pcb's en dragen niet bij aan uw gezondheid.

Verhouding tussen koolhydraten, eiwitten en vetten
Ieder persoon heeft een eigen behoefte aan de verhoudingen van koolhydraten, eiwitten en vetten. Een kleine houvast om te bepalen of u te veel of te weinig van het een of ander neemt is: lekkere trek = te veel koolhydraten; sufheid = te veel eiwitten. De ideale verhouding voor een eiwit type is 30% procent eiwitten, 30% koolhydraten en 30% vetten. Iemand met een koolhydraat type verbrandt een hoge inname van vetten en eiwitten juist niet goed. Deze mensen voelen zich het best als ze lichte vleessoorten eten zoals kipfilet en magere varianten van vlees en kip, in combinatie met kwalitatief hoogwaardige koolhydraten. De verhouding moet dan zijn: 60-70% koolhydraten 20-25% eiwitten en 10% vetten. Wie een gemengd type heeft, heeft meestal 45% koolhydraten nodig, 35% eiwitten en 20% procent vetten. Soms moet men wat experimenteren waar u zich het beste in voelt. Wanneer men een aandoening wil bestrijden is een professionele vaststelling noodzakelijk. Voor een professionele vaststelling van uw metabole type klik hier.  

Zuur/basenbalans
Onze voeding bevat zuurvormende en alkalische stoffen (basen) Ze horen bij elkaar en voor een goede gezondheid is een juiste balans tussen zuren en basen vereist. In het algemeen heeft een molecuul een zuurhoudend en een alkalisch deel. Soms overheerst het ene, soms het andere deel. Wanneer het voedsel dat wij eten afgebroken wordt produceert het overwegend alkalische of zuurhoudende stoffen. Dus of een bepaald voedingsproduct zuurvormend of alkalisch vormend is, heeft niets te maken met hoe zoet of zuur ze smaken. Over het algemeen bevat voedsel dat alkalische resten achterlaat veel mineralen: fruit en groenten. Ook tomaten en sinaasappels laten alkalische resten in het lichaam achter. Vleesproducten, vetten, granen en suikers zijn zuurvormend.

Ons moderne eten bevat veel meer zuurhoudende voeding dan het dieet van onze voorouders. Bij veel mensen is de zuur/basenbalans chronisch verstoord omdat onze voeding uit te veel vlees, vetten en suiker en te weinig verse groenten en fruit bestaat. Wanneer wij onvoldoende mineralen binnen krijgen moet de mineralenvoorraad in de botten, huid en inwendige organen worden aangesproken. De tekorten die hierdoor ontstaan is de reden dat wij niet meer in staat zijn de balans te corrigeren. De laatste honderd jaar is het probleem van verzuring explosief gegroeid. Milieuvervuiling, eenzijdige toepassing van kunstmest en het gebruik van giftige stoffen hebben ertoe geleid dat onze voedselketen steeds meer verzuurd is geraakt. Verzuring is een sluipend proces. Zuurhoudend voedsel "verzuurt" ook het bloed en onttrekt, om dat te compenseren, calcium en andere mineralen aan de botten. Verdere botontkalking is dan het gevolg.

Voedingsstoffen met een zuuroverschot zijn niet per definitie ongezond. Olieën, noten en vis zijn onontbeerlijk voor een gebalanceerde voeding. Het is de bedoeling dat men de zuur/basenbalans in evenwicht houdt door van beide groepen de gezonde producten te kiezen.


Voeding (micronutriënten)

Botopbouw
De onevenredige nadruk op calcium als belangrijkste botopbouwer zorgt ervoor dat veel vrouwen en mannen met een verhoogd risico op osteoporose niet weten dat er ook nog andere, even belangrijke voedingsstoffen zijn. Onderzoek toont aan dat calcium op zichzelf zelden effectief is, dus zorg ervoor ook voldoende andere mineralen en vitaminen te gebruiken die nodig zijn bij de botopbouw.

Mineralen

Fosfor
Het botweefsel bestaat voornamelijk uit hydroxy-apatiet. Dit is een combinatie van calcium en fosfor.
Het ideale dieet zou moeten bestaan uit gelijke hoeveelheden calcium als fosfor.  Ons voedsel bevat helaas vele malen meer fosfor dan calcium. In plaats van de goede verhouding van 1:1 krijgen wij wel 2 tot 4 keer zo veel fosfor binnen als calcium. Bij deze verkeerde verhouding kan zich osteoporose ontwikkelen. Fosfor ontwikkelt de activiteit van de schildklier waardoor calcium aan de botten wordt onttrokken. Een hoge fosforinname kan tevens leiden tot een lagere activiteit van vitamine D, waardoor de opname van calcium uit het spijsverteringskanaal afneemt. Fosforrijk voedsel is in het algemeen zuurvormend. Bronnen uit de voeding: o.a  zuivelproducten, eieren, volkoren producten, vlees, vis

Magnesium
Naast calcium is magnesium één van de belangrijkste mineralen die nodig is voor een goede botopbouw. Ongeveer 70 procent van het magnesium in het lichaam wordt in de botten opgeslagen. Magnesium beïnvloedt ook de werking van het schildklierhormoon. Patiënten met osteoporose hebben vaak een magnesium tekort. Er wordt tegen osteoporose nogal eens medicijnen gegeven die alleen calcium en vitamine D bevatten. Magnesium zit daar niet in terwijl sommige mensen dat juist harder nodig hebben dan calcium. De dagelijkse behoefte aan magnesium bedraagt circa 300-400 mg voor volwassenen; de gemiddelde inname via onze voeding is 250 mg. Magnesium is belangrijk voor het reguleren van de opname en de uitscheiding van calcium. Bovendien is magnesium  een essentieel onderdeel  van zeer veel enzymsystemen. De dagelijkse hoeveelheid die wij nodig hebben is 350 mg. Bij industriële verwerking gaat het grootste deel van de magnesium uit voedingsmiddelen verloren. Een goed opneembaar magnesium is de verbinding met taurine: magnesium tauraat
Bronnen uit de voeding: noten, zaden, donkergroene bladgroenten, volkoren producten

Borium
Borium verhoogt de productie van oestrogenen. Het reduceert de hoeveelheden calcium en magnesium die via de urine verloren gaan. Het eeft een gunstig effect op de behandeling en preventie van osteoporose en artritis. Het verbetert de omzetting en de werking van vitamine D. Bovendien heeft borium nog meer eigenschappen zoals het verbeteren van de hersenfuncties, de concentratie en het geheugen. Bronnen uit de voeding: o.a. Fruit, groenten, met name broccoli.

Koper
Koper speelt een belangrijke rol bij het botmetabolisme. Een tekort aan koper bevordert reumatische klachten. Dit wordt mogelijk beperkt door het dragen van een koperen armband. Bronnen in de voeding: o.a. Schaaldieren, schelpdieren, biergist, olijven, noten en peulvruchten.

Mangaan
Mangaan is voornamelijk nodig voor de vorming van collageen, het belangrijkste eiwit in het bot.
Dit sporenelement is ook belangrijk voor het zachtere bindweefsel in het lichaam, waaronder het vlies rondom de botten en pezen, gewrichtsbanden en het kraakbeen. Wanneer men ook goed voor de gewrichten zorgt kan men beter bewegen, wat weer nodig is voor de activatie van de botopbouwende cellen. Bronnen in de voeding: o.a.Thee, volkoren producten, noten en zaden.

Zink
Tussen de holten van het hydroxyapatiet bevindt zich ook het sporenelement zink. Vooral  osteoporose patiënten hebben een zink tekort. Zink is ook onmisbaar voor de opbouw van het kraakbeen en bovendien nodig voor de vorming van DNA en RNA, dat de cellen programmeert.
Bronnen uit de voeding: vlees, schaal- en schelpdieren, tarwezemelen.

Silicium
Het belang van silicium verdient beslist meer aandacht en bekendheid dan tot nu toe het geval is. Silicium bevordert de actieve botgroei. Silicium versterkt het bot door dwarsverbindingen te vormen tussen collagene vezels. Het bepaalt mede het verhardingsproces van het bot. Silicium komt in bijna alle weefsels voor maar met name in het skelet, de huid, de aorta, het spierweefsel en het hart. Het mineraal silicium wordt niet opgenomen door het menselijk lichaam. In tegenstelling tot zuiver silicium dat biologisch inactief is, is alleen de organische vorm wel biologisch actief.  Silanol: CH3 Si(OH)3 (organisch silicium) kan als drinkbare vorm en als gel vorm goed worden opgenomen. De toepassingen met zeer goede resultaten zijn o.a. botartrose, osteoporose, beenbreuken, veroudering in de huid en als ontstekingsremmer. De mobiliteit van personen met botziekten gaat er aanzienlijk op vooruit en ook de pijn wordt grotendeels minder wanneer men dit element krijgt toegediend. (zie silicium-info.nl) Dit is mogelijk via een huidgel of in een drinkbare vorm. Silicium kan met een huidgel bovendien toegevoegde stoffen als MSM en glucosamine als transporteur meenemen naar een aangedane pijnlijke plaats bij artrose. Deze goed opneembare vorm kan niet samengaan met glas. Vandaar dat bij de goede drinkbare vorm nooit wordt geadviseerd dit uit een glaasje te drinken. Als uw vingernagels gemakkelijk breken, kunt u een tekort hebben aan silicium. Bronnen uit de voeding: o.a. Rijst,volkoren producten, het kruid: paardestaart (equisetum arvense).

Molybdenum
Ook dit sporenelement is belangrijk voor de botopbouw.

Calcium
Calcium is de voornaamste structuurvormende mineraal in het bot. Calcium wordt uit de darmen opgenomen. Van het uit de darmen opgenomen calcium gaat 99 procent rechtstreeks naar de botten en het gebit. De rest speelt een rol bij de bloedstolling, spiercontractie, zenuwgeleiding en de immuniteit. Wanneer er onvoldoende calcium in de voeding zit, betekent dit een aanslag op de voorraad calcium in het bot. Voldoende calciuminname is dus belangrijk. We verliezen elke dag wel wat calcium, vooral via de urine, en dat moet vervangen worden. Ons maagzuur is nodig voor de absorptie van calcium. Bij het ouder worden produceren de meeste mensen minder maagzuur. Bij de inname van supplementen kan men het beste kiezen voor calciumcitraat of hydroxy-apatiet (het mineraal waarvan het bot is gemaakt). Ondanks de anorganische vorm blijkt de biologische beschikbaarheid van hydroxy-apatiet erg groot te zijn. Bronnen uit de voeding: o.a. Zeewier, sardines, sesamzaad, zuivelproducten (zie tabel).

Hoeveel calcium hebben we nodig? Hieronder een overzicht van de dagelijks behoefte aan calcium.

Vitaminen

Ook de botten hebben verschillende vitaminen nodig. De volgende vitaminen zijn de belangrijkste voor uw botten.

Vitamine D
Het gehalte van vitamine D in het bloed staat in direct verband met de sterkte van de botten.
Vitamine D zorgt ervoor dat calcium uit de voeding via de dunne darm opneemt, en is daarmee een onmisbare vitamine. Via het bloed wordt calcium in het lichaam verspreid. Onder invloed van het bijschildklierhormoon mobiliseert vitamine D ook calcium en fosfor uit het bot tijdens de nieuwvorming.Vitamine D wordt in het lichaam zelf gemaakt onder invloed van zonlicht. Een cholesterolachtig molecuul in de huid produceert deze vitamine onder invloed van ultraviolet zonlicht. Dit is in de zomer uiteraard meer aanwezig dan in de winter. Tijdens de zomer hebben we dan ook meer vitamine D in ons bloed. Buitenlucht is dus van essentieel belang voor een gezonde botvorming. Bronnen uit de voeding: vette vis (sardine, makreel, haring, zalm, tonijn, margarine en roomboter

Vitamine K
Deze vitamine staat bekend om het belang bij de bloedstolling. Maar vitamine K is ook belangrijk bij de botaanmaak. Vitamine K werkt samen met calcium. Het stimuleert de calciumafzetting in de botten terwijl de calciumafzetting in de vaatwanden wordt tegengegaan. Dus op die manier helpt vitamine K bij het voorkomen van het dichtslibben van de vaatwanden. Vitamine K wordt geproduceerd door micro-organismen in het spijsverteringskanaal. Vitamine K is een vetoplosbare vitamine maar wordt niet opgeslagen in het lichaam in tegenstelling tot de andere vetoplosbare vitaminen. Dus is het niet zo gauw schadelijk bij grotere hoeveelheden. Bronnen uit de voeding: o.a. Bloemkool, donkergroene bladgroenten, eieren.

Vitamine C
Vitamine C (ascorbinezuur) speelt ook voor de botten een onmisbare rol. Voornamelijk als voedingsstof voor het collageen. Daarom beïnvloedt het de sterkte en het herstellingsvermogen van het bot. De belangrijkste symptomen van scheurbuik, zoals loszittende tanden, bloedend tandvlees en pijnlijke gewrichten, komen voort uit de afbraak van het collageen in het bindweefsel.
Bovendien verhoogt vitamine C de progesteronproductie. Wanneer u een supplement vitamine C slikt, neem dan gebufferde vitamine C in de vorm van calcium- of magnesium ascorbaat. De gewone vitamine C (ascorbinezuur) onttrekt mineralen uit het lichaam en is ongunstig voor de maag. Aan een effectieve gebufferde vitamine C is ook OPC, glutathion, quercetine en enkele mineralen toegevoegd. Bronnen uit de voeding: o.a. Zwarte bessen, kiwi’s, citrusvruchten, brocolli.

Vitamine B12, B6 en foliumzuur
Mensen met osteoporose hebben vaak een verhoogd homocysteïne gehalte. Een verhoogd homocysteïne vergroot de kans op hartziekten. Maar het kan ook de botten en het collageen beschadigen. U kunt dit gehalte laag houden door Vitamine B12, Foliumzuur en vitamine B6 te slikken. Bronnen uit de voeding:
Vitamine B12: o.a. Vis (vooral sardines), eieren, vlees.
Vitamine B6: o.a. Volkoren producten, lever, gistextract.
Foliumzuur: o.a. Groenten (Spinazie, broccoli, spruitjes), gistextract, sojaproducten.

Vitamine A
Vitamine A is goed voor de productie van progesteron. Dit hormoon is waarschijnlijk nuttiger dan oestrogeen bij het voorkomen van osteoporose. Bčtacaroteen bestaat uit twee aan elkaar gekoppelde moleculen vitamine A, die gescheiden kunnen worden om vitamine A op te leveren (zgn. pro-vitamine A). Oranje, rood of donkergroen gekleurde groenten zoals wortels, bieten en bladgroenten bevatten veel caroteen . Bronnen vitamine A uit de voeding: o.a. Lever, eieren, zuivelproducten.

Wanneer men een supplement overweegt kunt u er het beste voor zorgen dat een tablet is samengesteld uit een combinatie van bovenstaande vitaminen en mineralen. Zodoende zorgt men voor een veel betere botvorming dan bij alleen een calcium en/of magnesium combinatie.

Navigatie

Wat is artrose
Verschijnselen artrose
Artrose aan de knie
Artrose aan de heup
Artrose aan de vingers
Artrose aan de schouder
Artrose aan de wervelkolom
Hernia